| |
|
| |
|
|
| |
Gevolgen van de echtscheiding
| | | | | |
5.1. NEVENVOORZIENINGEN De Rechtbank zal de echtscheiding uitspreken maar kan op verzoek ook andere beslissingen nemen. Dat noemt men de nevenvoorzieningen. Die nevenvoorzieningen kunnen worden gevraagd voor alimentatie (levensonderhoud), ouderlijke gezag, het woonrecht of huurrecht, de omgangsregeling met de kinderen en de boedelverdeling.
Wanneer men getrouwd is in gemeenschap van goederen dient alles gelijk te worden verdeeld. Alle zaken van waarden, positief en negatief. Dus ook de schulden opgebouwd voor en tijdens het huwelijk ongeacht wie de schuld heeft veroorzaakt.
Wij adviseren altijd om alle gevolgen van de scheiding samen zoveel mogelijk concreet af te spreken en op papier vast te leggen. Lukt dat niet dan zal de Rechtbank moeten worden gevraagd een beslissing te nemen.
Bij een woning zal de Rechtbank de woning vaak toewijzen aan de ouder bij wie de kinderen blijven. Als dat een huurwoning is zal de Rechtbank bepalen dat het huurrecht aan de man of de vrouw toekomt. De verhuurder moet deze uitspraak accepteren en mag degene die het huurrecht heeft toegewezen gekregen niet de woning uitzetten. Als het een koopwoning betreft kan de Rechtbank in zijn beschikking bepalen dat één der partijen in ieder geval nog 6 maanden na de ontbinding van het huwelijk in de woning mag blijven wonen (met het gebruik van de zaken die behoren bij deze woning). Wel moet dan gedacht worden aan het betalen van een gebruiksvergoeding aan de ander.
Overigens maken wij u er op attent dat indien de echtelijke koopwoning aan een van beide partners wordt toebedeeld, de overdracht daarvan plaats dient te vinden bij de notaris. De advocaat heeft geen bemoeienis ten aanzien van die overdracht. De notaris maakt alsdan een akte van verdeling op. U kunt bij diverse notarissen een kostenopgave vragen aangezien de kosten nogal variëren.
Ten aanzien van de huurwoning is het altijd verstandig te informeren bij de gemeente wat de regels voor een urgentie zijn. Er bestaan gemeenten die in hun voorwaarden de eis hebben staan dat strijd moet zijn geleverd om de woning en soms zelfs dat de woning is opgeeist bij de rechtbank om voor een urgentie in aanmerking te komen.
Indien er kinderen in het spel zijn is het uiteraard heel erg belangrijk dat erg voorzichtig met de belangen van de kinderen wordt omgesprongen. Een kind vraagt niet om een scheiding en vraagt er zeker niet om een keuze te maken. Ook al is het uitgangspunt dat ouders gezamenlijk belast blijven met het ouderlijk gezag en soms ook gezamenlijk zorgen voor de opvoeding, in de praktijk zullen de kinderen toch vaak bij één ouder wonen die de meeste beslissingen neemt. Als de ouders niet samen tot beslissingen kunnen komen, zal aan de Rechtbank om een oordeel moeten worden gevraagd. De Rechtbank kan daarbij advies vragen van de Raad voor de Kinderbescherming die alsdan een onderzoek zal doen. De Raad zal op bezoek komen en met alle betrokkenen spreken om uiteindelijk de Rechtbank te kunnen adviseren wat het meest in het belang van het kind is. Kinderen van 12 jaar en ouder worden door de Rechtbank opgeroepen om hun mening te geven. Bij gezamenlijke verzoeken kunnen kinderen een "kindverklaring" invullen en is de komst naar de Rechtbank niet nodig.
Ook de omgangsregeling kan men het beste samen overeen komen tenzij de kinderen al oud genoeg zijn zodat de omgang spontaan kan plaatsvinden. Als het niet samen lukt zal de Rechtbank tot een omgangsregeling komen en vaak komen tot (minimaal) één weekend per 14 dagen en de helft van de feestdagen en schoolvakanties. De beslissing van de Rechtbank hangt uiteraard af van alle factoren.
Niet alleen tijdens een huwelijk maar ook een echtscheiding zijn (ex)echtelieden verplicht elkaar en de kinderen te onderhouden. Als een bedrag aan alimentatie niet in overleg kan worden vastgesteld kan aan de Rechtbank worden verzocht alimentatie voor de behoeftige partner en de kinderen vast te stellen.
In principe duurt de alimentatie voor ex-partners maximaal 12 jaar, tenzij het huwelijk kinderloos is gebleven en niet langer dan 5 jaar heeft geduurd. De alimentatieduur is dan gelijk aan de duur van het huwelijk. Kinderalimentatie stopt in beginsel indien de kinderen 21 jaar worden, maar tussen het 18e en 21e levensjaar gelden bijzondere regels die afhankelijk zijn van de situatie.
Afgezien van de maximale duur in jaren kan de partneralimentatie ook eindigen als degene die alimentatie krijgt gaat samenwonen als ware hij/zij gehuwd of wanneer deze hertrouwt.
De hoogte van de alimentatie is afhankelijk van de draagkracht van de alimentatieplichtige en de behoefte van de alimentatiegerechtigde.
De vastgestelde alimentatiebedragen indexeren van rechtswege met een bepaald percentage op 1 januari van het jaar daarop, tenzij de Rechtbank de indexering heeft uitgesloten. De Staatssecretaris van Justitie heeft het percentage, waarmee de uitkeringen van het levensonderhoud per 1 januari 2012 worden verhoogd vastgesteld op 1,3%. Dat was per 1 januari 2011 0,9%.
5.2 BIJSTANDSVERHAAL Als door partijen wordt afgezien van alimentatie staat dat los van de mogelijkheid van bijstandsverhaal door gemeenten. Als ten onrechte bijstand wordt verstrekt, bijvoorbeeld omdat de alimentatieplichtige geen of te weinig (kinder)alimentatie betaalt, zijn gemeenten wettelijk verplicht om het teveel uitgekeerde bedrag aan bijstand terug te eisen van degene die te weinig of niets betaalt. Natuurlijk kan de alimentatieplichtige dan de gemeente trachten te overtuigen dat geen alimentatie verschuldigd is of dat deze de alimentatie niet kan betalen.
Maar wat voor afspraken er ook zijn gemaakt, ook al is er een zogenaamd nihilbeding overeengekomen waarbij afstand is gedaan van het recht op alimentatie, de gemeente zal altijd zelf bekijken of de draagkracht van de ex ruimte biedt om aan de gemeente rechtstreeks te betalen.
5.3 BOEDELVERDELING Bij een huwelijk in Nederland onstaat van rechtswege in princope een gemeenschap van goederen tussen de echtelieden. Dat betekent dat alles wat de partners bij het aangaan van het huwelijk bezitten en alles wat tijdens het huwelijk wordt verkregen in principe gemeenschappelijk eigendom van beiden worden. Dat geldt ook voor schulden voor en na het huwelijk! Van deze regel kan worden afgeweken door voor of tijdens het huwelijk bij de notaris huwelijkse voorwaarden op te laten stellen. Het hangt van die huwelijkse voorwaarden af in hoeverre er daarna toch nog sprake is van een gemeenschappelijk vermogen. Slechts enkele zaken kunnen zozeer aan een van de partners verbonden zijn dat ze niet in de gemeenschap vallen. Dat noemt men "verknochte" zaken. Dat kan soms ook gelden voor bepaalde schadevergoedingen die tot uitkeer zijn gekomen (als bijvoorbeeld een gedeelte betrekking heeft op compensatie van inkomensschade na het huwelijk). In testamenten kan bovendien worden bepaald dat een nalatenschap niet in een boedelgemeenschap valt.
Maar in beginsel heeft iedere partner bij een scheiding recht op de helft van de boedel. Als de boedel niet gelijk verdeeld kan worden kan dit worden gecompenseerd door de betaling van een bepaald bedrag vanwege "overbedeling" waardoor de verdeling weer gelijk wordt.
Ten aanzien van schulden is iedere partner aansprakelijk voor de schuld. Ieder is voor de helft van zijn vermogen draagplichtig.
Als de verdeling niet in overleg lukt moet aan de Rechtbank worden gevraagd om tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap over te gaan. De Rechtbank zal dan een "boedelnotaris" benoemen voor het geval de ex-echtelieden er na aanwijzingen van de Rechtbank nog steeds niet met behulp van hun advocaten uitkomen.
5.4 PENSIOENVERDELING Bij een echtscheiding heeft iedere partner in principe recht op de verdeling van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen. Op grond van de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding heeft degene die het pensioen niet zelf heeft opgebouwd een rechtstreekse vordering op de pensioenuitvoerder van de ex-echtgenoot ter grootte van de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Er kan worden afgezien van de verdeling volgens de wet bij huwelijkse voorwaarden of bij convenant. Als het pensioen wordt verdeeld moet men binnen twee jaren na de scheiding het formulier "Mededeling van scheiding in verband met verdeling van ouderdomspensioen" zenden naar de pensioenuitvoerder om het recht op rechtstreekse uitbetaling door de pensioenuitvoerder te laten ontstaan. |
|
|
|
|