ECHTSCHEIDING ONLINE
€ 675 ALL IN

Home   Contact   Sitemap
 
  Nieuwsarchief
   Strafrecht | Scheiden | Intellectueel Eigendom | Personen & Familierecht | Civiel recht | Advies
 
  Millinxbuurt, Rotterdam
   
 
 
     
 

Strop voor het Openbaar Ministerie

Politie-actie Millinxbuurt

Rotterdam

Fouilleren zonder individuele verdenking onrechtmatig
Op 26 en 27 november 1999 heeft de politie Rotterdam de Millinxbuurt hermetisch afgesloten
teneinde alle mensen die zich na 20.00 uur op straat begaven te fouilleren op grond van
de Wet Wapens en Munitie. In verband met het grote aantal geweldsdelicten in die buurt achtte
de Officier van Justitie het enkel zich op de weg bevinden voldoende voor een verdenking op basis
waarvan fouillering zou mogen plaatsvinden. Uit de redenering van de rechtbank zoals deze hieronder is
weergegeven acht de rechtbank een dergelijke fouillering onrechtmatig indien er geen aanwijzingen
zijn die leiden tot een verdenking en tot ernstige bezwaren. De rechtbank heeft daarbij mede overwogen
dat de Millinxbuurt een woonwijk van enige omvang is. Er moet derhalve een individuele verdenking
bestaan.

Bron: Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak: 4-01-2000
Soort zaak: straf
Soort uitspraak: vonnis

Parketnummer van de berechte zaak: 10/103432-99
Datum uitspraak: 4 januari 2000
Tegenspraak

VONNIS
van de ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ROTTERDAM, meervoudige kamer voor strafzaken,
in de zaak tegen:
Y, geboren te y op y,
wonende te y.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 december 1999.

TENLASTELEGGING
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding
onder parketnummer 10/103432-99. Van deze dagvaarding is een
kopie in dit vonnis gevoegd (bladzijde genummerd 1a).

DE EIS VAN DE OFFICIER VAN JUSTITIE
De officier van justitie mr. Oskam heeft gerekwireerd - zakelijk weergegeven -
de bewezenverklaring van het ten laste gelegde en de veroordeling van de verdachte
tot een geldboete van fl. 400,- bij niet betalen en geen verhaal te vervangen door
hechtenis voor de duur van acht dagen.

NIET BEWEZEN
Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte
daarvan dient te worden vrijgesproken.

DE RECHTMATIGHEID VAN DE BEWIJSGARING
Ten overvloede overweegt de rechtbank het volgende.
Bij verdachte heeft een onderzoek in de kofferbak van de door hem bestuurde auto plaatsgevonden
op grond van een last, afgegeven door de hoofdofficier van justitie op 25 november 1999
op grond van artikel 51, tweede lid, van de Wet wapens en munitie (WWM), waarbij deze
heeft gelast dat de bij of krachtens artikel 141 Sv aangewezen ambtenaren op
26 en 27 november 1999 bevoegd waren elk vervoermiddel te onderzoeken, zich bevindende
in een gebied aangeduid als de Millinxbuurt te Rotterdam. De hoofdofficier van justitie
heeft deze last gegeven op grond van de uitzonderlijke concentratie van (vuur)wapenbezit
en (vuur)wapengebruik onder personen die zich ophouden in de Millinxbuurt, blijkende
uit het feit dat zich in de afgelopen vijf jaar 424 geweldsincidenten hebben voorgedaan
in de Millinxbuurt, waarbij 38 vuurwapens zijn aangetroffen.

Artikel 51 van de WWM verleent de krachtens artikel 141 Sv aangewezen ambtenaren de bevoegdheid
vervoermiddelen te onderzoeken, indien daartoe redelijkerwijs aanleiding bestaat op
grond van een gepleegd strafbaar feit waarbij wapens zijn gebruikt, of op grond van aanwijzingen
dat een dergelijk strafbaar feit zal worden gepleegd. In casu is de last volgens mededeling
van de officier van justitie afgegeven op grond van aanwijzingen dat een strafbaar feit waarbij wapens
worden gebruikt, zal worden gepleegd.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel, dat het enkele feit dat zich in
het gebied aangeduid als de Millinxbuurt in vijf jaar tijd een aantal geweldsdelicten
heeft voorgedaan als hiervoor vermeld, niet is aan te merken als een voldoende concrete
aanwijzing dat een strafbaar feit waarbij wapens worden gebruikt, zal worden gepleegd.
Mitsdien is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende grond was voor het geven van voormelde
algemene last. Het onderzoeken van een willekeurige auto die zich op de openbare weg in de Millinxbuurt
bevond, waarbij overigens geen concrete aanwijzingen bestonden dat een strafbaar feit waarbij wapens zouden
worden gebruikt zou worden gepleegd, was dan ook onrechtmatig was, behoudens indien - zoals in casu -
zulks met toestemming van de bestuurder geschiedde.

BESLISSING

De rechtbank:
- verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en
spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:
mr. Van Dooren, voorzitter,
en mrs. Klein Wolterink en Overbosch, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Geelhoed, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 januari 2000.

Bron/Copyright 2000 ELRO