Home
   Strafrecht | Scheiden | Intellectueel Eigendom | Personen & Familierecht | Civiel recht | Advies
 
Advocaten
Mr. M.C.J. Teurlings
Mr. M. Ellens
Mw. Mr. M.S. Gerson
Mw. Mr. D.M. Rupert
 
Juridisch Medewerkers
 
Office manager
 
Teurlings & Ellens
Alexander Boersstraat 10
1071 KX Amsterdam
The Netherlands Europe
Tel. (+31) 020 4201475
Fax (+31) 020 6229819
info@teurlingsellens.nl

     
 

RTL Boulevard 11 maart 2009 Kenneth Muskiet zelf

10 maart 2009: Het Gerechtshof heeft het Openbaar Ministerie wel ontvankelijk verklaard. Vanwege een nieuwe uitspraak van de Hoge Raad kon het Hof niet anders. Het Hof heeft Kenneth ook veroordeeld, maar tot zo'n lage straf dat hij niet meer hoeft te zitten aangezien hij al 11 maanden in uitleveringsdetentie had gezeten. Wij hebben beroep in cassatie ingesteld.

24 December 2007: Helaas heeft de Officier van Justitie laten weten dat het Openbaar Ministerie het niet met de rechtbank eens is en hoger beroep instelt.

De rechtbank Amsterdam heeft het Openbaar Ministerie op 22 november 2007 niet-ontvankelijk verklaard met betrekking tot de vervolging van Kenneth Muskiet.
Klik hier voor het persbericht van de rechtbank.

En klik hier voor de uitspraak zelf.

=================
TELEVISIE

NOVA 19 juli 2004


=================

Op 8 november 2007 om 9.00 uur vond (eindelijk) bij de rechtbank te Amsterdam aan de Parnassusweg de behandeling van de strafzaak tegen Kenneth plaats.

Hier treft u de pleitnotities aan

En via deze link kunt u het verhaal van Kenneth bij EenVandaag zien

De rechtbank zal op 22 november 2007 om 13.00 uur uitspraak doen.


Lees over het proces hiervoor hieronder.


1 januari 2006

NIEUWS: KENNETH WORDT NIET UITGELEVERD MAAR NEDERLAND BESLUIT HEM HIER TE VERVOLGEN

Hieronder treft u het verhaal over de zaak van Kenneth Muskiet aan. Door de Verenigde Staten werd de uitlevering van Kenneth gevraagd maar na vele jaren van inspanning kon de uitlevering worden voorkomen. De juichstemming was helaas van korte duur. Het Ministerie van Justitie blijkt aan de Amerikanen te hebben voorgesteld de vervolging van Kenneth in Nederland te hervatten. Kenneth werd eind 2005 weer gearresteerd maar drie dagen later bewilligde de Rechter-Commissaris in een schorsing van de voorlopige hechtenis. Aan de Rechter-Commissaris is door mij inmiddels het verzoek gedaan de diverse getuigen in Amerika als getuige te horen. Dat getuigenverhoor zal vermoedelijk in de loop van 2006 plaatsvinden.

Het verhaal tot de aanhouding in 2005.
Zoals bekend is Kenneth in 2001 door de rechtbank veroordeeld voor het exporteren van XTC-pillen. In het vonnis staat weliswaar dat Kenneth naïef is geweest, maar volgens de rechtbank blijft hij ondanks die naïviteit aansprakelijk voor zijn daden. De feitelijke details over de zaak staan op de site van Alan Sodenkamp "Kenneth Vrij"

Naar aanleiding van de (onbewuste) poging tot export van die XTC-pillen zijn er een aantal mensen aangehouden in de Verenigde Staten. Een paar van deze mensen hebben verklaard dat Kenneth al jaren, en dus meerdere keren, pillen in schoenen had verstopt. Ook werd hij aangewezen als dé leverancier van de pillen in Nederland. De Verenigde Staten wil Kenneth vervolgen voor het betrokken zijn bij meerdere transporten van XTC naar de VS. Men ziet hem in de VS als de grote man in Nederland.

Om deze reden heeft de Verenigde Staten om zijn uitlevering gevraagd. Eerst werd alleen het verzoek gedaan en op basis daarvan kon Kenneth vast worden gehouden. Vervolgens werd binnen de vereiste 60 dagen een aanvullend dossier door de VS toegezonden waarin de verklaringen staan opgesomd.

Dit dossier was voldoende basis om Kenneth vast te houden tot het moment van de zitting. De eerste zitting stond gepland op 3 september 2002. De zaak is toen aangehouden en voortgezet op 3 december 2002.

Aangezien de aanklacht van de Verenigde Staten gebaseerd is op het onderschepte transport van pillen waarvoor Kenneth al is veroordeeld en de Verenigde Staten de klacht alleen maar ruimer hebben opgesteld ben ik van mening dat een uitlevering niet mogelijk is. De rechtbank toetst een verzoek slechts marginaal. Dat wil zeggen dat ze het bewijs zelf niet beoordelen en geen inhoudelijke beoordeling geven. Deals met criminelen bijvoorbeeld, die in de VS zijn gemaakt en hier niet door de beugel zouden kunnen, worden niet beoordeeld. De rechtbank had de uitlevering slechts om een paar redenen kunnen weigeren. Met name wanneer direct vast was komen te staan dat Kenneth onschuldig is, maar ook wanneer was besloten dat Kenneth al is vervolgd voor hetzelfde feit. En dat sprake is van een vervolging voor hetzelfde feit is het standpunt dat ik onder meer namens Kenneth heb ingenomen.

Ik denk dat er een goede kans is dat de uitlevering van Kenneth uiteindelijk kan worden voorkomen. Veel advocaten hebben diverse pogingen ondernomen om een uitlevering tegen te gaan, maar de Hoge Raad (ons hoogste rechtscollege), het Europees Hof en de Minister van Justitie zijn steeds onverbiddellijk geweest, zeker na het gesprek tussen Kok en Clinton een paar jaar terug.

Ik heb samen met Kenneth voor een andere aanpak gekozen. Op grond van het Wetboek van Strafvordering kan iemand klagen bij het Gerechtshof over het niet vervolgen van een bepaald feit in Nederland. Normaliter doet een slachtoffer dat, maar in dit geval heb ik namens Kenneth een klacht ingediend bij het Gerechtshof Amsterdam. Ik leg in mijn klacht uitgebreid uit dat ik van mening ben dat Kenneth niet opnieuw kan worden vervolgd voor hetzelfde feit, maar indien het Hof van mening is dat dat wel mogelijk is (of dat zij vinden dat sprake is van een ander feit) vraag ik het Hof om de officier van justitie opdracht geven het feit hier in Nederland te vervolgen.

Het Gerechtshof heeft eerst beslist dat Kenneth niet als een belanghebbende kan worden aangemerkt en dus niet kan vragen om zijn eigen vervolging, maar tegen deze beslissing heb ik een herzieningsverzoek ingediend. Inmiddels is ook dat herzieningsverzoek afgewezen. Het hof vindt dat je als verdachte niet kunt vragen om zelf te worden vervolgd.

Helaas was de rechtbank op 3 september van mening dat het vluchtgevaar te groot was om Kenneth voorlopig vrij te laten. Daarnaast wilde de rechtbank de zaak nog niet inhoudelijk behandelen. Dat komt mede omdat ik om aanhouding had gevraagd in verband met de procedure bij het gerechtshof in Amsterdam, maar tevens omdat nog de nodige informatie uit de Verenigde Staten moest worden opgevraagd. De Amerikanen kregen acht weken de tijd om te antwoorden.

Martijn Roos (vriend van Kenneth en free lance journalist) vatte het verloop van de vervolgzitting op 3 december 2002 als volgt samen:

"Op verzoek hier het laatste nieuws over Kenneth. Gisteren diende de uitleveringszaak van Kenneth voor de Amsterdamse rechtbank aan de Parnassusweg. De zaak was een vervolg op de zitting van 3 september waar de rechter besloot een beslissing over Kenneth aan te houden in afwachting van de antwoorden op enkele vragen die men nog aan de Amerikaanse autoriteiten wilde stellen. Die antwoorden zijn inmiddels binnen. Mark Teurlings, advocaat van Kenneth, hield een vlammend pleidooi van een uur waarin hij aangaf dat de antwoorden die de Amerikaanse officier van justitie Cooley heeft gegeven totaal irrelevant zijn en slechts ongegronde beschuldigen bevatten die een povere poging zijn om via effectbejag de zaak te redden, dat er in die antwoorden juist nieuwe feiten staan waaruit overduidelijk blijkt dat het XTC transport waar Kenneth zogenaamd aan zou hebben meegedaan in Parijs en Brussel is onderschept en het verband met Amerika dus in geheel niet aanwezig is, waardoor de uitlevering van Kenneth aan Amerika sowieso geen enkele basis meer heeft en het verzoek tot uitlevering alleen al op die gronden moet worden afgewezen. En dat was nog maar het begin. Teurlings sloeg de Nederlandse officier van justitie om de oren met illegale onderzoeksmethoden van de Amerikanen, pogingen van de Amerikanen Kenneth te vervolgen voor een reeds veroordeeld feit (het DHL pakketje), citaten van gerenommeerde Amerikaanse rechters en juristen die het Amerikaanse rechtsysteem zwaar bekritiseren en praktijkvoorbeelden van hoe oneerlijk de rechtsgang in Amerika toegaat. Tenslotte deed hij andermaal een verzoek tot schorsing van de uitleveringsdetentie m.a.w. voorlopige vrijlating van Kenneth die nu al 11 maanden vastzit en legde hij uit dat er totaal geen ontsnappingsgevaar bestaat en dat Kenneth eventueel bereid is om zich tweemaal daags te melden bij het politiebureau, zijn paspoort in te leveren en dat zijn vrienden borg voor hem willen staan. De rechter vroeg Kenneth of hij nog iets wilde zeggen en Kenneth nam heel rustig en waardig het woord, richtte zich tot de officier en legde heel duidelijk uit waarom hij nooit naar Suriname of een ander land zou vluchten, niet alleen omdat hij daar geen enkele binding meer mee heeft en zijn sociale leven zich volledig in Nederland afspeelt maar ook omdat het tegen zijn karakater indruist om te vluchten en niet de confrontatie aan te gaan met degenen die hem beschuldigen. Daarna zwoer hij ten overvloede nog bij alles wat hem lief was dat hij niet zou vluchten. Het requisitoor van de officier was uiterst zwak en op veel punten van Teurlings ging ze niet eens in. Kortom, de hele publieke tribune, we waren met zo'n dertig á veertig supporters, was het erover eens dat het een positieve rechtzitting was. Wat ook erg positief was: in vergelijking met 3 september was de rechter (dezelfde als destijds) veel inschikkelijker, geduldiger, vriendelijker en aandachtiger dan toen. Het leek wel een totaal ander persoon. Duidelijk was dat alle publiciteit rond de petitie, de krantenartikelen en tv programma's van de afgelopen weken haar niet ontgaan was. Helaas stelde ze Kenneth niet in voorlopige vrijheid al bestaat de kans dat ze dat alsnog de komende dagen doet. Haar uitspraak is op 17 december. En nu maar duimen.

Pleitnotities mr. M.C.J. Teurlings Zitting 3 december 2002

Op 7 december 2002 werd Kenneth Muskiet vrijgelaten (geschorst). Op 17 december 2002 volgde de beslissing van de rechtbank. De rechtbank is van oordeel dat het uitleveringsverzoek toelaatbaar is. De uitspraak kan hier worden bekeken; Beschikking rechtbank Amsterdam 17-12-2002

Er is beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Die procedure duurt enige tijd en is schriftelijk. Cassatieschriftuur mr. M.C.J. Teurlings 4 februari 2003
Op 25 maart 2003 heeft de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad een conclusie ingediend naar aanleiding van de door mij ingediende "middelen van cassatie". Mr. Machielse geeft aan dat ik op diverse punten gelijk heb (en dat de rechtbank het niet goed heeft gedaan) maar concludeert uiteindelijk toch tot afwijzing van de cassatie. Ik heb daarop een commentaar geschreven dat op 4 april 2003 naar de Hoge Raad is gezonden. Commentaar op conclusie Procureur-generaal mr. Machielse d.d. 4 april 2003
De Hoge Raad was voornemens op 6 mei 2003 een beslissing te nemen, maar heeft de beslissing uiteindelijk genomen op 27 mei 2003. De Hoge Raad heeft de beslissing van de rechtbank wel heeft vernietigd, maar op een ondergeschikt punt. Slechts een artikel (140 Sr) is aan de beslissing toegevoegd en voor Kenneth verandert er dus niets. Thans is het aan de Minister van Justitie om een beslissing te nemen.

Steeds meer juristen roeren zich en er worden in allerlei kranten en (juridische) tijdschriften kritische stukken opgenomen.
De uitspraak van de rechtbank was een tegenvaller en het is verbazingwekkend dat de Hoge Raad de uitspraak in stand heeft gelaten. Aan de andere kant was de uitspraak niet zo negatief als dat ze leek. Het komt er in het kort op neer dat de rechtbank Amsterdam op dit moment vindt dat de beslissing over het verdrag aan de Minister is voorbehouden. De rechtbank wil er niet zelf een onderzoek naar doen. Daarnaast zijn er nog een aantal beslissingen op verweren die sowieso aan de Minister zijn voorbehouden.

Wij hadden de beslissing van de rechtbank en de Hoge Raad graag anders gezien, maar er zijn nog voldoende mogelijkheden om de uitlevering te voorkomen. Wij hebben nog goede hoop op een juiste inschatting van de zaak door de Minister van Justitie.

De Minister van Justitie heb ik op 5 februari al over geïnformeerd over de redenen waarom Kenneth niet mag worden uitgeleverd. Op 28 mei 2003 heb ik de Minister wederom aangeschreven en op bepaalde weigeringsgronden gewezen. Tevens heb ik gevraagd Kenneth op vrije voeten te laten totdat een definitieve beslissing is gevallen. Ik heb de Minister gevraagd Kenneth psychologisch en/of psychiatrisch te onderzoeken aangezien ik van mening ben dat Kenneth detentieongeschikt is en daarom niet zou moeten worden uitgeleverd. De inhoud van de rapportage over Kenneth, waar ik begrijpelijkerwijs op de site niets over kan uitleggen, laat aan duidelijkheid niet te wensen over. In het kort komt het er op neer dat er veel psychische redenen zijn om het verzoek van de Verenigde Staten af te wijzen.
Aangezien naar aanleiding van de rapportage niets van de Minister werd vernomen heb ik in overleg met de vrienden van Kenneth besloten opdracht te geven een tweede rapportage op te laten stellen. In deze tweede psychiatrische rapportage wordt duidelijk geadviseerd Kenneth niet uit te leveren. In de eerste rapportage ontbreekt dit letterlijke advies aangezien de Forensisch Psychiatrische Dienst die het eerste onderzoek in opdracht van de Minister uitvoerde, de afspraak met de Minister heeft gemaakt dat alleen wordt onderzocht en geen advies over de uitlevering wordt gegeven.
Er zijn derhalve op dit moment twee psychiatrische rapportages van zeer ervaren psychiaters die over het algemeen tot dezelfde conclusies komen. Van het Ministerie is begrepen dat deze rapportages nog moeten worden beoordeeld door een derde psychiater werkzaam voor het Ministerie. De reden is mij niet geheel duidelijk aangezien de eerste psychiater al door de Minister was ingeschakeld zonder onze tussenkomst. De eerste rapportage is zelfs opgesteld door de directeur van de Forensisch Psychiatrische Dienst.

Na overleg met Boris Dittrich (D'66) heeft Lousewies van der Laan inmiddels op 28 november 2003 vragen aan de Minister van Justitie gesteld. Ten aanzien van Kenneth heeft zij de volgende vraag gesteld:

Kan de Minister aangeven of het vertrouwen bestaat dat K. Muskiet (1) na een uitlevering, ondanks de door de psychiater aangegeven taalproblemen, de nodige psychiatrische hulp zal krijgen en/of dat een deugdelijk onderzoek naar de toerekeningsvatbaarheid van Muskiet zal plaatsvinden? Zo ja, waarop is dat vertrouwen gebaseerd?

(1) De regering heeft nog geen beslissing genomen ten aanzien van het Amerikaanse verzoek om uitlevering van K. Muskiet. Vernomen is dat zowel de regering als Muskiet een opdracht hebben gegeven tot het opstellen van een psychiatrische rapportage en dat uit de rapportages onder meer blijkt van een laagbegaafdheid, grote naïviteit, er vraagtekens bij de toerekeningsvatbaarheid worden gezet en dat er zonder behandeling vrees bestaat voor een verergerend psychiatrisch ziektebeeld met suïcidale neigingen.


Het antwoord van de Minister van 15 januari 2004 kunt u als pdf-bestand hier zoeken. Rechtsboven klikken op "zoek uitgebreid" en daarna "Muskiet" als zoek trefwoord invullen.

Het gaat helaas niet goed met Kenneth. Hij is uiteraard nog steeds in afwachting van een beslissing en alles valt of staat met de beslissing van de Minister. Met zijn allen hopen we op een redelijke inschatting door de Minister en dat hij besluit Kenneth op grond van in ieder geval humanitaire overwegingen niet naar de Verenigde Staten te sturen. Tevens wordt de Minister gevraagd af te zien van een uitlevering op grond van de extreme overschrijding van de redelijke termijn, aangezien Kenneth in feite al 3 1/2 jaar in onzekerheid verkeert.
Pleitnotities mr. M.C.J. Teurlings. Zitting 3 december 2002

Beschikking in de zaak van Kenneth Muskiet van de rechtbank Amsterdam
 Link rechtspraak.nl : Zoek op Teurlings en 17-12-2002

Cassatieschriftuur mr. M.C.J. Teurlings 4 februari 2003
Commentaar op conclusie Procureur -generaal mr. Machielse d.d. 4 april 2003





30 Juli 2004: NIEUWS: KENNETH WORDT NIET UITGELEVERD!

Goed nieuws.

Vandaag heb ik een brief van de Minister van Justitie ontvangen waarin deze heeft besloten Kenneth NIET uit te leveren.

Op 11 februari heeft de psychiater van de Minister al geadviseerd om niet uit te leveren. De Minister heeft op 20 april de Verenigde Staten verzocht aan te geven in hoeverre ze aan de bezwaren van de psychiater tegemoet zouden komen. Daarop hebben de Verenigde Staten op 2 juni kennelijk niet naar tevredenheid geantwoord. De psychiater ingeschakeld door de Minister heeft gemeend dat, na kennisname van alle voors en tegens, op grond van de bijzondere hardheid van de uitlevering en de daarop zeer waarschijnlijk psychische reactie, op psychiatrische gronden uitlevering gecontraïndiceerd is. De Minister weigert mede om deze reden de uitlevering.

 

Het kantoor in de media
Lees verder >



Vrijspraak Wilko I. in de zaak Biemans
Lees verder >



Het regelen van de 'achterdeur' van coffeeshops
Lees verder >



De Zwarte Cobra en de strijd tegen het onrecht
Lees verder >



Kenneth Muskiet veroordeeld tot lage straf.
Lees verder >



Prijsuitreiking boek Misdaad in Nederland
Lees verder >



Uitleveren aan VS staat gelijk aan veroordelen
Lees verder >



Barend en Witteman
Lees verder >



Nieuwsarchief

ECHTSCHEIDING ONLINE
€ 675 ALL IN



Site bijgewerkt: 01-09-2010
Copyright 1996-2010 Mr M.C.J. Teurlings
Alle rechten voorbehouden